Gallo-Romeins & Goudsberg Valkenburg a/d Geul (NL)

Mogelijke structuren bij de Gallo-Romeinse Goudsberg, Valkenburg a/d Geul


Summary in English
At Valkenburg a/ d Geul in South Limburg, The Netherlands,  in 2002, a foundation of a Roman tower is found during excavations. This Roman tower  (dimensions  ca. 8 to 12 meters) was located on a hill named "Goudsberg". On the map ( see below in Dutch text) the location of this tower is indicated by F-0 ( 'feature' zero).
Around this site I made observations that might indicate a ( former) site that would heave been much larger. For example, three parallel ditches are found (F16, F20, F33) together with several low walls (F 19, F23),  some possible ancient roads  (F21, F3)  and a linear structure on the east side (F1). It is quite possible that an adjacent ( ancient) swamp  belonged to the defense of a ( small)  hill fort dating from the Iron Age. 
The drainage design could have been built much later than the Roman period, as 'terra cotta' - type drain pipes from the late 19th century were found.  A total of over 30 features are observed, related to a possible former fortification of ( a part of) the hill, but it remains uncertain whether they belong together or not. The name "Goudsberg"  where the  features are noticed,  could refer to Godsberg  (  Mountain of God). In this case, it is explained why we can not find material from the Iron Age at the surface as it would have been a holy place. The name "Goudsberg" (Mountain of Gold)  however could also simply refer to the yellow- orange color of the local exposed soil ( see picture in text).
The tentative conclusion is, that  the "Goudsberg" in Valkenburg a/d Geul  probably would have been a larger and earlier fortification, of which the excavated  Roman watchtower only is  a part, originating from another phase ( earlier phase, 100 AD? ) of the Gallo- Roman period ( 100 BC- 400 AD). Further investigations are necessary to confirm  whether the features belong together and if so, if this would really point to a Gallo-Roman fortification.
Examinations in a tree-fall, where sherds were found, would suggest earlier occupation of this hill ( before 350 AD) , as fragments of the Roman tiles found in this part of the Goudsberg location, are quite different in size than fragments of Roman tiles from the Watch tower ( found in the marsh and north -eastern part of the location.
All finds  have  been reported to SAM Limburg
 © ASAC, august 2011;  ( updates  august 14  2011,  august 16  2011, august 20 2011 july 25 2012 )

Main text in Dutch / Tekst in Nederlands


Locatie van  de Goudsberg bij Valkenburg a/d Geul


Inleiding : 
Een belang van geconserveerde ruimtelijke structuren, die mogelijk bijeen horen?
 Wie vanuit Valkenburg a/d Geul de Steenstraat omhoog gaat,  zal merken dat deze vrijwel bovenaan plotseling een  bocht naar rechts,  en dan weer naar links maakt. Wie het gebied  hier links van de weg zou kunnen zien zonder vegetatie,( zoals bijvoorbeeld in Ierland), zou een aantal zichtbare ruimtelijke structuren kunnen waarnemen, die mogelijk behoorden tot een versterking van het westelijke deel van de Goudsberg. Het in het  noorden aangrenzende moeras zou  een grote rol kunnen hebben gespeeld in de verdediging van deze strategisch gelegen hoogte. De conservering  van de zichtbare ruimtelijke structuren als greppels, walletjes en wegen zou wel eens te danken kunnen zijn aan het feit dat de Goudsberg een begroeid gebied is geweest. Voor de landbouw had het geen functie, aangezien de bodem hier plaatselijk van zeer slechte kwaliteit is ( tertiair zand) terwijl de omgeving juist uit vruchtbare loess bestaat. Toch zijn deze structuren aan verval onderhevig. Op verschillende plaatsen vallen gaten in greppels en aarden walletjes. Mochten deze ruimtelijke sporen een archeologische  betekenis bezitten, dan zou het heel jammer zijn wanneer deze zouden verdwijnen. Dit artikel wil een beschrijving geven van deze mogelijke ruimtelijke structuren, die zijn waargenomen in het gebied.

De Romeinse wachttoren op de Goudsberg, Valkenburg a/d Geul
De Romeinse wachtpost aan de Steenstraat ( locatie in Google Maps) nabij het dorpje Walem bij Valkenburg a/d Geul (Zuid-Limburg) is door middel van opgravingen bevestigd. Jan Hendrik Holwerda voerde hier in 1916 al een opgraving uit, waarbij fundamenten van een wachttoren zijn vastgesteld ( afmetingen 8,8 x 12,2 m.). De ca. 90 cm. brede muur bestond uit gehouwen blokken steen. De periode waarin de wachttoren gefunctioneerd zou hebben zou ongeveer tussen de 1e en 3e eeuw na Christus liggen, gelet op muntvondsten in het gebied.. Zie o.a. Bogaers & Röger 1974, Bazelmans, Bakels & Kocken 2004.(1). Opnieuw gedetermineerde vondsten wijzen anderzijds op een mogelijke datum in de vierde eeuw na Christus [( 310 en 360 na Chr., ten tijde van keizer Constantijn (307-337)] waarmee, op het gebied van infrastructuur, een relatie met bruggen in Maastricht, Cuijk, Nijmegen , maar ook met Keulen-Deutz (D) en Liberchies (B) aanwezig is.(2)
Deze periode zou veel waarschijnlijker zijn, niet allen omdat Keizer Constantijn hervormingen doorvoerde op het gebied van infrastructuur, maar temeer omdat het Romeinse Rijk meer behoefte had aan verdedigingswerken vanwege de onrust in deze periode in de grensgebieden ( Hardenberg, 1960, Willems 1987).
Uitgebreid archeobotanisch onderzoek heeft plaatsgevonden door C.C. Bakels (3). Hierdoor is een goed beeld verkregen van de directe omgeving van de wachtpost in de betreffende periode. Monsters zijn genomen uit een grachtvulling, direct ten westen van  de kunstmatige verhoging.
Schematische weergave van vegetatie rond de wachttoren, gebaseerd op het onderzoek van Mevr. Prof. Dr. C. C. Bakels( 2002). We zien een relatief open landschap, hetwelk we in een militaire situatie ook mogen verwachten. Op het plateau wordt graan verbouwd ( Cerealia), terwijl we rond de wachttoren een begroeiing met taxus  vinden; op de hellingen domineerde de haagbeuk, in het dal vinden we de aan water gebonden soorten als wilg, els  en populier en voorts zijn veel weideplanten vastgesteld. De mensen in de wachttoren hebben een goed uitzicht gehad; de voornaamste reden om de toren op de aangetroffen plaats te plaatsen is waarschijnlijk het doorzicht naar de Maas geweest, in het verlengde van het Geuldal. Immers, het werkelijke hoogste punt van de Goudsberg ligt meer naar het oosten, maar van hieruit is het Maasdal niet te zien. 

 De verhoging waarop de wachtpost  heeft  gestaan is vanaf de verbindingsweg tussen Walem en Valkenburg (de Steenstraat), die langs de Romeinse site loopt,  goed waar te nemen, waarschijnlijk vooral ook vanwege het open karakter. Het opgehoogde plateau vertoont duidelijke taluds naar de noordzijde en de westzijde, waar zich de gracht bevindt.Verdedigingswerken in de IJzertijd /Romeinse periode werden ingepast in het landschap, waarbij natuurlijke hoogteverschillen werden benut. (4) De Romeinse wachtpost op de Goudsberg wordt steeds als een kleine Romeinse site omschreven ( 5).

Korte beschrijving van de begroeiing van het gebied
Het plateau waarop de wachttoren heeft gestaan is grotendeels ontbost ( ter voorkoming van beschadiging van fundamenten door boomwortels) en is thans ( 2011) begroeid met een lage vegetatie, waarin vooral ruderale kruiden (ook exoten) voorkomen, in combinatie met bramen en brandnetels. Het aangrenzende gebied is bebost, met een gemengd bostype, waarin naast esdoorn, eik, berk en haagbeuk ook naaldbomen groeien. Het noordelijke, aanzienlijk lager gelegen gebied wordt gekenmerkt door permanente aanvoer van kwelwater, waarin nog een gedeeltelijke moerasvegetatie is waar te nemen, waarin zeggen voorkomen en populieren  en essen groeien.  De snelle afvoer van kwelwater zorgt hier echter voor een meer gevarieerde begroeiing (overgangs vegetaties) waarin zelfs de eik nu voorkomt. Enkele meer bijzondere planten kunnen hier worden waargenomen, zoals de eenbes ( Paris quadrifolia). Op de hogere delen overheersen bramen op een aantal  plaatsen ( hetgeen wijst op goed afwaterende plaatsen), waardoor het zicht op de bodemstructuren vaak bemoeilijkt werd.

Werkwijze
Het verhoogde plateau, waarop de Romeinse wachttoren heeft gestaan is duidelijk herkenbaar in het landschap. Uit nieuwsgierigheid naar de omgeving waarin deze wachttoren heeft gestaan ( deze stond niet op het hoogste punt, want dat  bevindt zich meer oostelijk, namelijk op + 141,5 NAP , maar wel zo, dat er uitzicht was dwars door  het Geuldal tot aan het Maasdal in westelijke richting) heb ik de omgeving een aantal malen intensief verkend.
Daarbij zijn mij steeds kleine  veranderingen  in het landschap opgevallen, die soms mogelijk,  maar meestal juist duidelijk van antropogene oorsprong zijn en die een samenhang kunnen hebben met elkaar, Deze samenhang  wordt pas duidelijk wanneer ze zijn ingepast in het grote geheel ( bijvoorbeeld lijnvormige, evenwijdig gegraven greppelstructuren.)De richting van de (greppel-) structuren zijn met behulp van een kompas bepaald.
 De waargenomen bodemstructuren zijn globaal  opgemeten en getekend, in het geval van kleine structuren ( tot ca. 3 meter) is er met een maatlat gemeten, anders d.m.v. 'passen in het veld' waarbij voor het gemak 1 pas = ca. 0.7 meter is aangehouden, [ afwijking wordt dus allengs groter, naarmate de opgemeten afstand groter is]. De waarnemingen zijn dus met zeer beperkte middelen gedaan, uitsluitend op visuele basis en de in dit artikel vermelde  afmetingen moeten dan ook als geschatte waarden worden opgevat. In dit artikel wordt de term bodemstructuur en grondspoor door elkaar gebruikt. Hiermee worden  kleine of grotere antropogene ingrepen in het landschap bedoeld.

Uitgebreide beschrijving van waargenomen bodemstructuren / grondsporen
Vanaf het  plateau waarop de Romeinse wachttoren heeft gestaan ( aangeduid als F-0, "Feature ", = verschijnsel, element ; nummering begint bij 0), hierboven reeds beschreven,  zien we naar het noorden toe, geheel aan de oostzijde, een lange structuur lopen, ca. 240 m. lang ( opgemeten via Google Maps), namelijk een éenzijdig ingegraven aarden wal met daarop een greppel- structuur ( F1). Deze aarden wal overbrugt, in noordelijke richting  de ca 240 meter over de hoogtelijnen van ca + 120 m NAP naar het plateau F-0, dat  op ca. + 140 m NAP ligt. Op deze wal ligt over de gehele lengte en op veel plaatsen duidelijk waarneembaar een ca. 60 cm brede greppel, met een  relatieve, globaal geschatte diepte van ca 40 cm. Deze greppel is op sommige plaatsen aangeslibt, met bladeren gevuld, maar blijft steeds duidelijk waarneembaar. Langs F1 zijn op bepaalde gedeelten  grote veldkeien waargenomen, deze zijn in  een lijstje weergegeven en aangeduidt met de letters S1- S8, omdat zij mogelijk een relatie  zouden kunnen hebben gehad met F1. 
Opmerkelijk is namelijk, dat dergelijke grote, zware veldkeien  niet buiten dergelijke lijnvormige structuren als F1 zijn waargenomen. De aarden wal is naar het noorden toe, op het laatste gedeelte sterk  geërodeerd en komt hier op gelijke hoogte te liggen met de aangrenzende helling.
Naar het noorden toe is F1 nog waarneembaar in de aangrenzende weide. Exact op dit punt bevindt zich een pad (F3), dat van hier eerst zuidwestelijk afbuigt, maar later weer in zuidelijke richting afbuigt, richting hoogteversterking F-0. Dit pad heeft  gemiddeld een breedte van ca 3,0- 3,5 meter en is duidelijk in het landschap 'ingesneden' zodat aan beide zijden nog 'taluds' zichtbaar zijn, zij het van geringe hoogte, aan de rechterzijde van de weg aflopend, aan de linkerzijde oplopend ( vanuit het noorden gezien). In deze taluds is soms grind waarneembaar, hetgeen in een met loess bedekt gebied zou kunnen duiden op verspoeling of op graafactiviteiten. Deze weg  F3 komt uit bij de aarden wal F1 en vormt hier zelfs een  brede opgang (F2) naar een voorplateau, dat aansluit bij het plateau waarop de wachttoren heeft gestaan (F-0). Deze opgang ligt keurig ingegraven naast de aarden wal en heeft een eigen talud. F3 heeft  een duidelijk genivelleerde bodemstructuur, die een verbinding vormt tussen een noordelijk gelegen toegang en het hogere plateau F-O. De opgang van F3, F2, kent aan de zijde van het aflopende talud ( west) een verbreding in de vorm van een walletje, dat nog enkele meters doorloopt ( F2a).Aan de oostzijde is juist hier nog een lichte verhoging waar te nemen, die in een punt toeloopt naar het noorden, F37.
Juist daar, waar deze weg F3 vanuit het noorden  langzaam oploopt, zien wij aan de westzijde een afwateringsgreppel die boogvormig naar het westen toe afbuigt (F4). F4 volgt daarbij de contouren van de aarden wal, waarop F1 ligt. De greppel F4 is een onderdeel van een uitgebreid  greppelsysteem, dat via vele conjucties zorgt voor de afvoer van kwelwater in een veel groter gebied,  hetgeen een direct onderdeel is van de grondstructuren zoals plateau F-0 in het zuiden , en het aangrenzende gebied ( F1 in het oosten). Het afwaterings- systeem zit goed  in elkaar: de greppels zijn gemiddeld kniediep ( 50 cm) en ongeveer 1 meter breed (oorspronkelijk)  schuin ingegraven en sluiten op bepaalde plaatsen ofwel aan bij elkaar (F5, F15) of monden uit in een gezamenlijk greppel ( hoofd -conjunctie HC). Voorbeelden van conjuncties zijn: [F9-F10]— F14,[ F14, F15, F16]— F11-F5]. De greppels zijn horizontaal gezien boogvormig ingegraven, met soms haakse  ( ca 90 graden) aftakkingen, die parallel lopen ( F11, F12, F13, F14) en een relatief gelijke afstand hebben ( bijvoorbeeld 7 passen, 9 passen, 9 passen tussen de greppels F12 – F15).
Greppel F16 is een brede greppel/ gracht met aan beide zijden een parallel lopend aarden walletje  en is ongeveer 2.40 meter breed, met een geschatte diepte van ca 90 cm.  Deze greppel watert direct af op het greppel -afwateringssysteen en stamt mogelijk (?) uit dezelfde periode. Hetzelfde geldt voor de evenwijdig lopende structuur F 20, die ca 32 passen ( ca 22 meter) naar het noorden toe evenwijdig aan F16 is gegraven in west- zuidwestelijke richting (260 graden). Ten noorden van F20 vinden we dan, op op ca 23 passen ( ca 16 meter) nog een volgende evenwijdig lopende greppel,  met walletje, F33.  Deze drie greppels F16/ F20/ F33 lopen evenwijdig ( in westelijke richting ) aan een doorlopende verhoging op een plateau  (F17), die direct aan het plateau van de Romeinse wachttoren (F-0, het archeologisch monument) grenst. F20 wordt doorsneden door een weg F21, die, zodra greppel F20 is gekruist een klein bochtje maakt, om vervolgens in zuidelijke richting  door te lopen, langzaam omhoog hellend. Deze weg is ca 2.80 – 3.00 meter breed. In dit gedeelte zijn nogal wat erosie verschijnselen te zien, doordat de structuren evenwijdig aan de hoogtelijnen liggen, hetzelfde geldt ook voor structuur F20. Het plateau F17, grenzend aan het plateau waarop de wachttoren heeft gestaan ( F-0,)  heeftvanaf de westelijke rand  een mogelijke verlaagde structuur die als weg aangeduidt zou kunnen worden F22, alsook een gedeeltelijke gracht F18. Hier zijn eveneens andere structuren waarneembaar zoals een aarden walletje F 19,  ca 3 meter breed, en ca 60 cm verhoogd ten opzichte van het zuidelijke vlak en ca 1 meter hoger dan het noordelijk aangrenzende vlak. Deze aarden wal F19 eindigt naar het westen toe , waar een andere walletje F26  er haaks op aansluit: aflopend in zuidoostelijke richting (250 g), breedte 2 meter. F26 = 8 paasen lang, ofwel  ca 5,6 meter. 

Lijnvormig element F1, duidelijk is nog een (ondiepe, tot ca 30 cm diepe ) greppelstructuur links op het talud zichtbaar.
Greppelsystemen ( Drainagesystemen)
De zichtbare greppelsystemen monden uit in een ( gegraven) geul, die naar het noorden toe afwatert tot aan de Hekerweg, Valkenburg ( verbindingsweg Valkenburg-Klimmen). De vraag is of het afwatering- greppelsysteem, aangelegd voor het ontwateren van het op de versterking aansluitende en geïntegreerde  moeras, de greppelsystemen F16 en F20 hebben doorsneden, of dat F16/F20 juist op het afwatergreppelsysteem aangesloten  voor de afwatering, of op een voorloper van dit afwatering- greppelsysteem. Van een dergelijk greppelsysteem, zoals aangetroffen op de Goudsberg, kan slechts worden vermoed, dat het is gegraven met een belangrijk doel, er is veel werk verzet in een drassig gebied. Waarom moest dit moeras ontgonnen worden? Was het voor de behoefte aan bronwater voor de buurtschap Heek? Op de stafkaart van 1840 in de Historische Provincie Atlas is te zien, dat het ( gegraven) beekje er in elk geval dus voor 1840 al stroomde; de laat -19e eeuwse afwateringsbuizen zijn dus hoogst waarschijnlijk aangebracht in een bestaand greppelsysteem. Ook de zeer diepe insnijdingen  in het landschap, tot meer dan 2 meter, pleiten voor een oudere datum dan 1840; wellicht is het greppelsysteem van Middeleeuwse datum, Dit zou ook stroken met het feit, dat het moeras in de Gallo- Romeinse periode van strategisch belang is geweest voor de versterking (en) op de Goudsberg.
Drainagebuizen, links moderne plastic flexibele drainagebuis, rechts een terracotta buisdeel daterend eind 19e eeuw , beiden bevinden zich in uit greppelsysteem

Moeras als natuurlijk, integraal verdedigings- element (?)
Binnen de verdediging van een versterking zou een moeras een natuurlijke buffer kunnen vormen mits deze technisch geïntegreerd/ benut kan worden binnen het hele systeem van verdedigingswerken ( dus niet toch een zwakke plek zou vormen).  In het overzchtskaartje ( zie onder) is het moeras  aangegeven met een lichtgroene stppellijn. In geval van ontwatering zou dat  een verlies aan verdediging betekenen. Echter, wanneer er zich een teveel aan water achter de beschermende pallisaden zou hebben bevonden, zou ontwatering noodzakelijk zijn geweest, bijvoorbeeld om de weg ( F3, F2) begaanbaar te houden, en voor onderhoud van het talud van plateau F-0. De vrijliggende greppel F6 duidt ook op ontwatering in het meer noordelijke deel, zodat aan ontwatering van de hoofdstructuren F-0, F1  en F17 gedacht kan worden. Een argument tegen een gelijke datering van het drainage systeem met de andere lijnvormige greppelstructuren ( F16/F20) , is het feit dat deze laatsten breder zijn gegraven ( wel tot meer dan 50 cm breder) en plotseling versmald worden. Ontwatering kan ook van belang zijn geweest om een vrij zicht te krijgen vanuit de wachttoren, dit is allemaal speculatief., immers is niet bekend uit welke periode de greppelsystemen dateren. Na het jaar 1000 worden moerassen normaal gesproken ontwaterd door het graven van evenwijdig lopende  sloten en vletsloten; deze laatste waren ook bedoeld voor de afvoer van klei. In dit geval gaat het duidelijk om een ander systeem.
Het is dus niet zichtbaar of het greppelsysteem van jongere datum is, wel zijn in het greppelsysteem rode afwateringsbuizen aangetroffen, die overeenkomst vertonen met laat  -negentiende eeuwse drainagepijpen (bv. uit Duitsland). Op zich zegt dat ook nog niets over een periode waarin het drainage systeem is aangelegd.
Het gegraven beekje stroomt in noordelijke richting omlaag richting Hekerweg, Heek.
Nog steeds is in het moeras water aanwezig Hierin zou je tegenwoordig slechts kniediep weg zakken. Zonder drainage zou zich hier een dikke veenlaag hebben gevormd, hoogveen, waarschijnlijk ca 1 meter hoog.




Afbeelding: overzicht van aangetroffen grondsporen/ bodemstructuren, aangeduid met "F", waarvan vermoed wordt dat ze verband houden met elkaar. Tezamen kunnen  zij dan een aanwijzing vormen voor het bestaan van een groot Gallo-Romeins heuvelfort, een versterkt 'oppidum', dat wellicht reeds heeft bestaan voorafgaand de Romeinse wachtpost werd opgericht. Profielen, aangetroffen in boomvallen op plateau F17 lijken dit te bevestigen: waarschijnlijk zijn delen van het plateau F17 vergraven om het plateau F-0  mee op te hogen en  te versterken.Ook laten de bodemprofielen zien, dat  er sprake is geweest van grote erosie (A-B horizonten beslaan slechts 10 cm) , hetgeen logisch is voor een verdedigingswerk, dat langdurig in open veld heeft gelegen.

Mogelijke interpretatie van bijeen horende grondsporen; speculatief
1. Algemeen
Algemeen heb ik de indruk, dat op de Goudsberg bij Valkenburg a/d Geul al een heuvelversterking heeft gelegen, die door middel van zgn. 'multivaliate' greppelsystemen, een natuurlijk moeras en aarden walletjes werd omsloten. Zulk een versterking doet denken aan een ( relatief kleine, 0,5- 1 ha)) versterking uit de ijzertijd.   De wachttoren, die in de Romeinse periode hier is gebouwd, ligt mogelijk slechts op een zuidoosthoek van een (voormalige?) veel  grotere versterking, die mogelijk in onbruik is geraakt of anderszins onnodig was geworden/ ingenomen door de Romeinse bezetters. We kunnen zoiets vaststellen,, doordat er een gracht is gelegen tussen de verhoging waarop de wachttoren is gebouwd (F-0) en de rest van het aangrenzend plateau F17 (westelijk van het plateau); we zien het ook, doordat F23, gelegen buiten de gracht van F-0,  netjes aansluit op F1, hetgeen dus buiten het verhoogde plateau van de wachttoren was gelegen. De evenwijdig gegraven greppels/ met aarden walletjes (F16, F20, F33) verdedigen het plateau aan de licht glooiende noordzijde, terwijl de zuidzijde door een  trapvormig reliëf wordt gekenmerkt. Het zou dus heel goed mogelijk zijn, dat de verlaten/ onnodig geworden  versterking / woonplaats (functie is onbekend) uit een eerdere fase, eenvoudig door de Romeinen op een goed moment (3e eeuw n. Chr?) is omgevormd tot een wachtpost, om de nabij gelegen heerbaan te kunnen controleren. Het greppelsysteem is indrukwekkend. Nog steeds is het tussen de greppels in het hoogste gedeelte zeer drassig, zonder drainage zal het een waar, ontoegankelijk moeras geweest zijn (waarschijnlijk ca 1 meter of meer diep geweest, gelet op de huidige oevers aan de noordzijde).

Het lijkt me logisch, dat dit moeras er in de Romeinse periode en in de voorafgaande IJzertijd al is geweest: het water spoelt uit vanuit een komvormige laagte, grenzend aan een steile wand ( je zou het bijna een cirque noemen). Het vanuit hogere delen verzamelde water spoelt uit over de ter plekke lager liggende grindlagen. Het moeras  zou dan niet alleen  een natuurlijke barrière zijn ter verdediging van F-0 en F17, maar ook een beveiliging voor de weg F3, die op deze wijze tussen een eventuele  palissade op F1 en een moeras zou hebben doorgelopen. Drainage op punt F6 toont, dat ook hier het moeras al begon, overigens de enige drainage- greppel, die los van het drainage-greppelsysteem is waargenomen. De drainage zou evenwel  ook uit een andere periode kunnen stammen, bestemd voor de aanleg van een een poel, drinkwater in het buurtschap Heek, e.d., echter F6 spreekt dat tegen: dit is een  een drainage greppel, haaks op F3, mogelijk om de weg F3 droog te houden (?)
De mogelijke vroegere versterking van het plateau , F17 (mogelijk al uit de ijzertijd of een vroegere Romeinse periode?)

Er van uitgaande dat plateau F17 een Gallo-Romeinse hoogteversterking zou kunnen zijn  geweest, was deze vanaf de Steenstraat vanuit Valkenburg in het westen direct toegankelijk, de Steenstraat liep wellicht aanvankelijk dus rechtdoor, vanuit het westen recht de versterking binnen, waarbij de ingang naar voren toe is versprongen: waar F16 ophoudt zien we F19 juist doorlopen. Zowel de structuren  van F19, F26, F16 en  mogelijk F40 wijzen in de richting van een versterkte hoofdtoegang op de westzijde, direct aansluitend op de Steenstraat. Wanneer deze weg werkelijk hier de heuvel op liep ( via het 2 meter brede bodemspoor F22) , zou deze weg dus ouder zijn dan de Heerbaan en zelfs een IJzertijd datering kunnen hebben. Op deze ( hoofd?-) toegangsweg sloot een andere weg aan, juist voor de ingang, namelijk F21, komend uit  het noorden. Wanneer F28 werkelijk ook een weg zou zijn, zou dit de uitgang naar het zuiden zijn geweest, wellicht begon  hier de Steenstraat richting Walem, maar dit is speculatief. Slechts de wegen F22, F21 en F3 zijn vastgesteld, omdat zij in het landschap genivelleerd aanwezig zijn. Weg F21 dwarst bovendien het walletje en de greppel van F16, en deze zijn exact op die plaats opgevuld/ genivelleerd.
De  structuren op het plateau F17 zijn duidelijk  gegraven, wat te zien is aan de rechtlijnige structuur ervan. Wel is interessant, dat een mogelijke weg vanuit F21 langs de greppel F16 op een goed moment deze greppel schuin oversteekt, het plateau F17 op. 

Oppervlaktevondsten
Met metaaldetectors is, duidelijk zichtbaar,  op vele plaatsen in het landschap behoorlijk gegraven (gelukkig niet in het officiële archeologische monument).

Metaaldetector sporen. Ook dergelijke relatief kleine ingrepen kunnen de vage nog aanwezige sporen uitwissen of verstoren.
Of er iets is gevonden via deze metaal detector activiteiten is mij niet bekend, verspreid trof ik wel verroeste ijzeren delen, wellicht van meer recente datum. Ook is het mogelijk dat met name kogelhulzen uit WO2 zijn gevonden, vanwege het hier destijds gelegen mittrailleurnest van de Duitsers.

Het lijkt me niet erg waarschijnlijk dat hier veel is aangetroffen, gelet op bodemstructuur, humuslaag (dicht bladerdek)  en dergelijke om hier  oppervlaktevondsten aan te treffen. En wanneer de naam 'Goudsberg' inderdaad naar Godsberg zou verwijzen, zou het zelfs niet ondenkbaar zijn, dat de versterking een meer religieuze functie zou hebben gehad voor de lokale bevolking, waardoor er niet veel materiaal aanwezig is geweest, dat sporen zou kunnen nalaten (zoals een kleine houten constructie).
De naam Goudsberg zou een verwijzing kunnen zijn naar de kleur van het zand dat onder de humuslaag zichtbaar is in graafactiviteiten van dieren. De kleur zou veroorzaakt zijn door ijzerhoudend water uit oudere hoger gelegen bronnen, op het plateau. 

In een dergelijk geval zouden vondsten zich op een zeer beperkt oppervlak kunnen bevinden. In boomvallen is een fijn gestructureerde bodem waargenomen, op het grindpakket. Dit zou een mogelijke aanwijzing kunnen zijn voor ontginning / gebruik -sporen uit vroegere perioden, zoals de IJzertijd.  Het is ook mogelijk en zelfs aannemelijk, dat (delen van) het plateau F17 in de Romeinse periode  zijn vergraven voor de aanleg van de verhoging van F-0 voor het oprichten van een wachttoren. Immers, de hoeveelheid  zand, dat nodig was voor de ophoging van plateau F-0 is veel groter, dan wat uit de aangrenzende gracht is vergraven.  Daarboven op komt dan nog de  vergraving in de Tweede Wereldoorlog van een klein deel van het plateau (voor een ter plaatse door de Duitsers ingericht mitrailleursnest)  waardoor mogelijke hier aanwezige prehistorische bodemstructuren  verloren zouden zijn gegaan.
   
   Afbeelding onder:  Schets van de recent  aangetroffen bodemstructuren, aangenomen dat zij bijeen horen,  ingepast in een situatie zonder de ( bekende)  versterking van de Romeinse wachtpost, die in 1916 en 2002 is opgegraven. De gracht aan de westzijde is dan nog niet gegraven; deze werd pas noodzakelijk, wanneer de eerdere versterking op F17 werd opgeheven,om de wachttoren vanuit het westen te beschermen. Wellicht is het gedeelte van de Steenstraat dat om de hoogte F17 loopt, hier als dikke rode lijn weergegeven,  pas aangelegd bij de oprichting van de Romeinse wachttoren op F-0.




Andere perioden, Tweede Wereldoorlog
 Tussen de Gallo- Romeinse periode en het heden ligt een hele lange tijd. Strategische plaatsen hebben altijd een aantrekkingskracht op mensen gehad, zoals ook kan blijken uit de vondst van een klein vuursteen mesje uit het Mesolithicum (ca 6000-8000 v. Chr.), dat ik aantrof op een talud. Welke grondsporen er bijvoorbeeld uit de Middeleeuwen zouden kunnen stammen is mij niet bekend. Van het greppelsysteem is, via de Tranchot -kaart ( 1840) alleen vastgesteld, dat het ( gegraven) beekje er voor of rond 1840 reeds was.  Vast staat, dat in de Tweede Wereldoorlog er een "machine -gun nest"  op de Goudsberg heeft gelegen, vanwaar een kleine eenheid, meestal gelegen in de dekking van een verlaging bovenop een dergelijk plateau, een ruim schootsveld had. Welke functie bijvoorbeeld de opgang F2  en weg F3 heeft gehad hierin is niet bekend. Was de opgang aangelegd door de Duitsers, of hebben ze deze alleen gebruikt? Het lijkt niet aannemelijk, immers er lag een verharde weg naast het plateau waarop ze zich hadden verschanst. Welke sporen er door de Duitse bezetters zijn vernield is niet bekend. En in hoeverre bepaalde erosieverschijnselen simpel het gevolg zijn van ingeslagen geallieerd geschut  ( vooral op de westkant ) is ook onbekend.
Grondsporen  F29 / F30 : mogelijke sporen uit de Tweede Wereldoorlog ?
[Op de Goudsberg heeft in de tweede wereldoorlog een machine gun nest gestaan. Zie het verslag in Engels  Chapter 6  – to Aalbeek, over de verovering van Zuid-Limburg op de Duitse bezetters. De beide grondsporen  F29 en F30 sluiten, samen met de langwerpige depressies op het plateau aan bij een mogelijke positie van een "machine gun nest."]
Voorlopige conclusies
Er zijn in totaal een 40 tal grondsporen  aangetroffen , die wijzen op menselijke ingrepen in het landschap, rond de versterking waar de Romeinse wachttoren op heeft gestaan. In hoeverre deze grondsporen bijeen horen is niet bekend. Ook niet, uit welke periode ze stammen. Van sommige sporen, zoals de parallel lopende, lijnvormige wal en het  greppelsysteem kan worden verwacht dat ze tenminste bijeen horen, evenals de sporen in het oostelijk deel, buiten de verhoging waar de Romeinse toren op heeft gestaan. Een versterking, die bestaan heeft voorafgaand aan  de oprichting van de Romeinse wachttoren is heel goed mogelijk, wanneer de sporen werkelijk een functionele samenhang zouden hebben : de verdediging van het plateau F17, inclusief het gedeelte F-0. In hoeverre bepaalde ( kortdurende) activiteiten van de zich terugtrekkende Duitse troepen nog een rol hebben gespeeld bij de vorming van grondsporen / of juist de afbraak van grondsporen is niet bekend, maar het is zeer wel van belang. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen, of de sporen bijeen horen en zo ja,  hoe deze sporen dan zouden kunnen wijzen op een mogelijke versterking op de Goudsberg, een echt klein oppidum ?.

Voorlopige conclusies /bemerkingen
Het is opvallend, dat op een relatief klein opppervlak zoveel structuren ( zoals greppels, walletjes, uitgravingen, e.d.)  zijn waar te nemen.
Vooral in een gebied dat, buiten dat een hoogte is en er kwelwater aanwezig is, niet van bijzondere betekenis kan worden geacht voor de omgeving.
Toch zijn de aanwezige structuren met een (militaire) precisie aangebracht. Zo is de weg F3 overal even breed en zijn duidelijk taluds waarneembaar aan beide zijden van de weg. Zoiets is niet te verwachten wanneer er in het verleden een boer uit de omgeving de Goudsberg heeft gebruikt voor  bv. geriefhout. Immers, ook  de aangelegde greppelsystemen liggen exact parallel aan elkaar; sommige walletjes/ greppels lopen "te ver door"om logisch verklaard te worden en er is sprake van terrasvormige aanleg van het plateau F17, zeker aan de westelijke zijde.
Het aantal structuren en de aard van de structuren is te bijzonder om eenvoudig verklaard te worden.
De samenhang van de structuren wordt pas duidelijk, wanneer ze worden ingepast in een strategisch model, waarbij de structuren lijken te zijn bestemd geweest voor de verdediging van de heuvel, reeds voordat de ophoging werd aangelegd voor de wachtpost ter beveiliging/ controle van de heerbaan.De aangelegde gracht aan de westzijde van het verhoogd plateau (F-0) lijkt dit volledig te bevestigen: de oude, over de heuvel lopende weg moest worden afgesneden van de nieuw aangelegde verhoging. 
Aan de noordzijde zien we dat het hier toegankelijke deel  is begrensd  en verdedigd door een ( gegraven) steilrand van ca 50-80 cm hoogte. wellicht heeft hier een palissade gestaan. Het andere deel  van de noordzijde was ontoegankelijk vanwege een moeras, dat werd gevoed door vele kwelwaterbronnen, dat zich hier bevond. Het is waarschijnlijk, dat dit moeras er in de Romeinse periode om strategische redenen nog is geweest en niet was gedraineerd.
Opvallend is, dat in het zuidelijk deel, aan de andere zijde van de Steenstraat, op de Goudsberg,  in een boomval enkele dakpan-fragmenten zijn gevonden, die erg verschillen van dakpan-fragmenten die hebben toebehoord aan de wachtpost , welke zijn waargenomen in het verlengde deel van F1.(vlakbij F-0). Dit geeft een mogelijkheid, dat op het deel F17 al gedurende een eerdere fase iets heeft gestaan. Of dit zo is, is zeker niet aan de hand van een enkele vondst vast te stellen. Voorzichtigheid bij de interpretatie van al deze structuren blijft dus noodzakelijk. 

Suppl. (1) Veldstenen, zichtbaar  aan het oppervlak
 De hieronder beschreven veldkeien zijn vrijwel allemaal te groot om zomaar over lange afstand te worden verplaatst. Deze grote veldstenen zijn uitsluitend waargenomen bij lijnvormige grondsporen en kunnen derhalve met (voormalige) graafactiviteiten te maken hebben. Ook enkele kleinere stenen hopen ( met daarin kleinere veldkeien) zijn uitsluitend in de buurt van een grondspoor  vastgesteld; in het overige terrein is slechts 1 grote kwarts gevonden. Afmetingen in centimeters. De veldstenen zijn hier vermeld, omdat deze mogelijk een relatie hebben met de grondsporen of een functie hebben gehad ( bijvoorbeeld als versteviging van palen in de bodem).

S  ( lxbxd)        54 x 32 x > 20  in aarde aangetroffen
S1                      65 x 32 x >20   in aarde aangetroffen
S2                      34 x 34 x 33
S3                      43 x 27 x 25
S4                     38 x 38 x 25
S5                     35 x 39 x 25
S6                     34 x 25 x 12
S7                     25 x 25 x 20
S8                     36 x 21 x 13
S9                     28 x 25 x 24

Suppl. (2) Vergelijkingen tussen de waargenomen structuren
Om werkelijk te bepalen of grondsporen bijeen horen zouden ze dateerbaar moeten zijn aan de hand van in het grondspoor  aangetroffen vondsten, of door middel van andere dateerbare zaken, zoals verbrande laagjes, e.d. wat alleen kan via een opgraving. Door verweringsprocessen, als erosie zijn walletjes afgevlakt, greppels verland, sporen vaag geworden. De bodem is op veel plaatsen begroeid met bramen en bebost ( met soms dikke pakketten bladeren) , hetgeen op veel plaatsen een nauwkeurige meting van bijvoorbeeld greppeldieptes bemoeilijkt. Wel is iets te zeggen over
(a) grondsporen die een zelfde soort  uiterlijk vertonen
(b) overeenkomsten met grondsporen elders aangetroffen
(c) geïsoleerde, afwijkende grondsporen
(a) Het uiterlijk van grondsporen is visueel vastgesteld, op uiterlijke kenmerken. Daarbij vormen de volgende grondsporen mogelijk grotere, samenhangende  structuren:
F16/ F20/F33: deze grondsporen  lopen parallel, alle drie richting 260 graden, bijna west dus. Ze zijn alle drie voorzien van een greppel en  een kleine wal, die evenwel lager is, naarmate we lager op de hellling zijn. Hierbij geldt, dat hoe hoger op de helling, hoe duidelijker wal en greppel zichtbaar zijn.
F2 a, F 19 ,F23, F 26, F32, F36 en  F 37 zijn ophogingen in het landschap, die als mogelijke lijnvormige  walstructuren geduid kunnen worden. Zij vertonen overeenkomsten met elkaar qua hoogte, glooing en contouren en sluiten weer aan op andere bodemstructuren  in het gebied.
F4- F15 vormt een greppelsysteem, waarin de gegraven geulen gelijkvormige afmetingen bezitten, maar ook een gelijkvormige functie kennen. Zowel F16,F20 als ook F33 sluiten op het greppelsysteem aan, maar vertonen een afwijkende breedte  over een kleine afstand  op de plaats waar ze op het greppelsysteem zijn aangesloten ( bij F15 zelfs ca. 5 meter).
F1 vormt samen met F16, F20 en F33 de verzameling 'lijnvormige elementen over grotere afstand'. Deze grondsporen volgen een eigen niveau, ongeacht de omliggende hoogtelijnen
F2a, F3 en  F 37 vormen samen een geheel als opgang naar het plateau. Er is een directe samenhang tussen deze bodemstructuren, F2a en F37 zijn ongeveer van gelijke hoogte en zij zullen van gelijke datum zijn.
(b) Er zijn overeenkomsten tussen enkele op de Goudsberg aangetroffen grondsporen en  grondsporen die elders door mij zijn aangetroffen. Een aantal wal-vormige structuren ( F35, F36) vertonen overeenkomsten met een wal-vormige structuur, zoals ik heb waargenomen op Caestert (B) ( 7). Op Caestert  (B) ligt een aarden verdedigingswal, zoals beschreven in RAAP rapport 1769 par. 5.2.; F1 op de Goudsberg bestaat eveneens uit een afgevlakt talud, met een hoogte in het zuiden van ca 4- 5 meter. Op Caestert zijn de toegangswegen naar de versterking nog dezelfde als in de Gallo -Romeinse periode (8).
(c) De geïsoleerde, van het geheel afwijkende grondsporen, kunnen op zichzelf staande elementen zijn, of uit verschillende perioden stammen. Zo hoeft de weg F3 niet uit dezelfde periode te stammen als de weg F21, hoewel ze beiden genivelleerd zijn, en dus onafhankelijk van de hoogtelijnen zijn ingepast in het landschap. F18 is een depressie ( ca 1.50- 1.80 m diep) en ziet er door de vorm ( 5 x 20 meter) uit als een gracht. F22 is een naar het westen georiënteerde depressie met een breedte van ca 2 meter, en deze heb ik eerder aangeduid als weg. De reden hiervoor is, dat een erosiegeul zich niet in de breedte vormt, maar juist in de diepte. De contouren zijn niet duidelijk bij dit element, en ik besef, dat een interpretatie als 'weg' meer berust op een inpassing in de andere omliggende sporen , dan een werkelijke waarneming van het feature; echter zijn het vaak onderbroken lijnvormige elementen die een vermoeden doen ontstaan voor de bepaling of iets een grondspoor is, dan wel een toevallig natuurlijk element.  F24 is een bodemstructuur, die een afbakening vormt naar het meest noordelijk deel van het gebied. Het zou hier kunnen gaan om een genivelleerd vlak, dat nergens anders op dergelijke wijze is waargenomen, maar dat kan ook toeval zijn. in het bos is immers een chaos van takken, bramen e.d. waardoor dergelijke afvlakkingen van een oppervlak niet goed zichtbaar zijn.



Suppl. 3: Een mogelijke interpretatie van gefaseerde benutting van de Goudsberg




1. Een laat-Mesolithisch klingetje, aangetroffen in het oostelijk deel van de Goudsberg toont aan, dat de Goudsberg in het Mesolithicum ( 8800 - 5500 v. Chr) al bewoond is geweest. Wellicht hebben de aanwezige bronnen en de hoge ligging in het landschap hiertoe bij gedragen. Zie een afbeelding van het klingetje op dit weblog : hier
2. Gallo- Romeinse periode, met waarschijnlijk tenminste  twee aparte fasen. zie bovenstaande  schets. (In roze : Romeinse periode, in bruin: mogelijke ijzertijd-sporen die bijeen horen.)
Uitleg:
In de IJzertijd /Vroeg Romeinse periode ( schets in bruin) zou de Goudsberg benut geweest kunnen zijn als heuvelversterking / heiligdom. Hierbij liep de Steenstraat (die dan nog een onverharde weg was) nog in praktisch een rechte lijn van west naar oost over de Goudsberg. Dit is voorgesteld met de bruine verbindingslijnen recht over de heuvel, deze sloot aan bij het huidige bankje langs de weg. Dat dit goed mogelijk zou zijn geweest, wordt bevestigd door de (nog) aanwezige sporen in het gebied. De IJzertijd-versterking , mogelijk ook een klein "oppidum", was in principe van 3 zijden toegankelijk: vanuit de Steenstraat, de noord- zuid lopende verbinding vanuit Heek, en langs het moeras vanuit het noorden, waarbij de weg langs het moeras voerde en bij F3 toegang vond tot het versterkte plateau. Aangeduid met zwarte pijlen. Noordzijde is versterkt door een steilrand (nr. 2). Nrs 5 en 6 zijn walletjes die aangelegd waren voordat  de Steenstraat langs het plateau is aangelegd. Nr 4 is een brede gracht, nog duidelijk waarneembaar in het landschap.

In de Romeinse periode ( schets in roze)werd een Wachttoren gebouwd op een plateau (WT), dat is verhoogd met aarde en grind uit de aangrenzende gracht (G), die de voormalige weg afsloot. De Steenstraat werd aangelegd en deze liep niet meer over de versterking, maar voerde er dus langs, zodat  de wachttoren slechts vanuit één zijde ( het zuiden) toegankelijk werd. Wie op het bankje aan de huidige Steenstraat  ( bij de voormalige Romeinse Wachtpost)  gaat zitten en er direct achter kijkt, zal zien, dat het walletje  hier nog even 'doorloopt' via een smalle verhoging; dit zou een deel van de oostelijke  versterking uit een eerdere fase kunnen zijn geweest, welke in de Romeinse periode opnieuw is benut.

Noten uit de tekst
(1)  Zie voor informatie over deze en andere opgravingen uit de romeinse periode de uitgebreide literatuurlijst van de Nationale Onderzoeksagenda Archeologie (NOaA) Hoofdstuk 19 Hst 19 De Limes: een natte grens dwars door Nederland
(2) Jacqueline Hoevenberg 2007, Evaluatie Limburg in de Romeinse tijd, onderzoek 1995-2006
(3) Bazelmans, J., C. Bakels en M. Kocken, 2004: De Romeinse wachtpost op de Goudsberg. Een verslag van de opgraving Valkenburg aan de Geul 2002, Historische en Heemkundige studies in en rond het Geuldal (Jaarboek 2004), 61-86.
(4) zie voor een dergelijke landschappelijke ingreep het  van Caestert (B), waarbij de aarden wal d.m.v. nivellering van bestaand reliëf werd opgetrokken; dit bespaarde werk en gaf continuïteit aan de structuren, zodat een duidelijke eenvormige structuur kon ontstaan in een verder 'rommelig'landschap (hoogteverschillen, glooiingen, e.d.) [RAAP-rapport 1769. Studieopdracht naar een archeologische evaluatie van het plateau van Caestert. (Riemst, Provincie Limburg, België).]
(5) zie bijvoorbeeld "Stichting  Historische en Heemkundige  Studies" waar we lezen:  ( cit) Jos Bazelmans, C.C. Bakels en Marc Kocken. De Romeinse wachtpost op de Goudsberg. (HHSG 14; 2004, 61- 86)
"Sinds 1870 is bekend dat op de Goudsberg bij Valkenburg een in steen uitgevoerd en omgracht gebouw uit de Romeinse tijd heeft gestaan. De Leidse archeoloog Holwerda heeft in 1915 aangetoond dat het een bescheiden wachtpost betrof uit de periode rond 300 AD. In september 2002 is er een veldonderzoek op de Goudsberg uitgevoerd, dat een goed beeld geeft van de huidige staat van de resten. Deze bijdrage is een verslag van de opgraving in 2002."
(6) zie voor een beschrijving van vroeg Romeins beton o.a. ARCHSERVE Roman concrete : "Pozzolona created an exceptionally strong bond with the aggregate. In most parts of the Roman world, where similar volcanic powders could not be found, local materials such as lime or gypsum were used as binding agents [N.B. the binding agent used in modern concrete is called "cement," or Portland cement. It is manufactured artificially using natural, earth substances. Modern concrete is stronger than Roman concrete mainly because it incorporates steel bars to build up tensile strength; technically, it is "reinforced concrete," or ferro-concrete. Romans did not use metal-reinforced concrete]." Dit, ondanks dat er een ijzerdeel in is aangetroffen.
(7) zie het artikel: "een lage omwalling in het oppidum van Caestert"op dit weblog, onder Archaeology Mt. St. Pierre/ Caestert comm. Visé   [ scroll down, tekst is in Nederlands]
(8) zie: RAAP-rapport 1769 dr. M.P.F. Verhoeven Studieopdracht naar een archeologische evaluatie van het plateau van Caestert (Riemst, Provincie Limburg) p.54

Referenties/ internet
Overeenkomstige bodemstructuren/verschijnselen
Opgraving in Houten-Castellum: waar gesproken wordt over een greppelsysteem uit de Late IJzertijd
Globale overeenkomsten met: Norton Camp Somerset Map.jpg

Rioolbuis, terracotta,
19e eeuw, voorbeeld op het internet: speelgoedmuseumdeventer / diverse rioolbuizen 
Historische atlas 1868 stafkaarten Valkenburg a/ d Geul e.o. 
Romeinse dakpannen
Vergelijking vondsten uit boomval  met Rom. dakpan Woerden (Rom.  fase 120 AD): Woerden Daily Photo
Dakpanfragmenten uit het Montferland gedateerd 92-96 AD
Vergelijkende afbeelding imbrex Rom. dakpan
Verder lezen:
D. Demey en J.A.M. Roymans De Romeinse weg van Boulogne-sur-Mer naar Keulen PDF HHSG14
Philip Barker Routledge 3rd ed. 2003, Techniques of Archaeological Excavation, pp 64 / Chapter 6
IJzertijdscherven zijn eveneens aangetroffen bij het onderzoek naar een Abri  in Däölkesberg, Valkenburg a/d Geul: zie
( Een Inventariserend Veld Onderzoek door middel van proefsleuven op de Däölkesberg te Valkenburgaan de Geul, I.M. van Wijk, A. Verpoorte en J.J.W. de Moor  Archol, Leiden 2010) -PDF
Metaalvondsten van de Goudsberg Valkenburg, in Rijksmuseum voor Oudheden Leiden (1)
Metaalvondsten Goudsberg Valkenburg in Rijksmuseum voor Oudheden Leiden(2)
Metaalvondsten  Goudsberg Valkenburg in Rijksmuseum voor Oudheden Leiden (3)
Metaalvondsten Goudsberg Valkenburg in Rijksmuseum voor Oudheden Leiden (4)
Visualisatie van de Romeinse wachttoren volgens Paradata (plate 17,10) plate 17,9
Visualisatie features westzijde plateau door L. Jimmy Groen via Trisilex
Visualisatie van feature F1 oostzijde door L. Jimmy Groen via Trisilex
Romeinse katakomben Valkenburg a/sd Geul
Via Belgica, de Romeinse weg door Zuid-Limburg  Provincie Limburg

APPENDIX 4

Dia's / schetsen/ tekeningen






suppl. 5 Lijst van waargenomen grondsporen met hun belangrijkste, waargenomen kenmerken, (paslengte is geschat op 0,7 m)
[F-0 Onderzocht plateau waarop een Romeinse wachtpost is vastgesteld; hier direct aan grenzend een gracht met afm. ca 7 meter bij 5 meter]
F1 Lijnvormig element, meest noord- zuid geörienteerd, met parallel greppel/ talud, ca 240 m lang, aflopend over hoogtelijnen + 140-+120 m, talud oplopend van 'gelijklopend' op + 120 m (noord, grenzend aan weide)  tot ca 6 meter hoogte nabij het 'voorplateau' Langs dit lijnvormig element zijn verschillende veldkeien gevonden, in de stenenlijst aangeduid met de codes S tot S8
Voorplateau: een vrijwel gelijklopend deel/ deel van F-0 direct hieraan grenzend aan de noordzijde
F2 Omhooglopende weg, aansluitend op een 'voorplateau'grenzend aan F-0, aan weerszijden door taluds omsloten

F2
F3 Weg, lopend van F1 en omhooglopend naar F2, meest 3.00- 3.50 m breed, genivelleerd, ingesneden en met gedeeltelijk zichtbare taluds
F4 droge tot watervoerende greppel, breedte ca 1 meter, diepte ca 50 cm
F5 droge tot watervoerende greppel, breedte ca 1 meter, diepte ca 40 cm
F6 droge tot watervoerende greppel,  ca 22 passen lang (22 x 0,7 m = ca 15,40 m.)
F7 watervoerende greppel, haakse aftakking van F4; ruimte tussen F7 en F5 : 9 passen (9 x 0,7 m= 6,3 m.)
F8  watervoerende greppel, aanvoerend ( ca 9 meter lengte) en aansluitend op F4
F9  watervoerende greppel, aansluitend op F11
F10 watervoerende greppel, aanvoerend aansluitend op F9
F11 watervoerende greppel met opgehoogd walletje, gevoed door F9
F12  watervoerende greppel, conjunctie met F13
F13  watervoerende greppel, aansluitend op F12
F14  watervoerende greppel, aansluitend op F15, F16 conjunctie
F15 watervoerende greppel, komend van richting zuidoost ( F-0), aansluitend op F16
F16, watervoerende greppel en brede greppel evenwijdig gegraven aan plateau F17, met opgeworpen walletje, diepte 90 cm, breedte ca 2.40 m, langzaam oplopend richting zuidzuidwest , parallel lopend aan F20, op een afstand van ca 36 passen ( 36 x 0,7 =25,20 meter)
F17 plateau, zichtbare taluds. Plateau met bramen begroeid= droog. strekt zich uit voorbij de gracht van F-0,  in westelijke richting
F18 diepe, brede  insnijding op uiteinde van F17, diepte ca 1.60 -1.80 meter, breedte 5 meter, mogelijke gracht(?), 29 passen lang ( 29 x 0,7= 20,3 m.)
F19 walletje, richting zuidwest georienteerd, hoogte ca 1 meter gezien vanaf vlak zuidzijde, 60 cm vanaf noordzijde;ca 3 meter breed
F20 greppel / wal, parallel lopend aan F16, breedte onduidelijk, hoogte walletje
F21 weg vanuit noord, breedte ca 2.80- 3.00 meter, talud oost geërodeerd, de weg volgt gedeeltelijk een hoogtelijn, ( direct na dwarsen van F20) en dwarst F16 eveneens, lijkt aan te sluiten op F22
F22 ondiepe insnijding vanaf westzijde F17 omlaaglopend, mogelijke weg 3 passen breed ( 3 x 0,7=2,1 m), veel kapotgegraven door metaaldetector- activiteiten
F23 (abusievelijk als F37 op overzichtskaart): walletje, aansluitend op F1, ca 2,40 m breed en 30-40 cm hoog, zichtbaar;( overeenkomst met een feature op Caestert)
F24 afscheiding naar weide, in het meest noordelijk deel; op sommige plaatsen tot 60 cm hoog talud, aflopend naar weide
F26 walletje, breed ca 2 meter aflopend naar zuidwest (250 g) 8 passen lang ( 8x 0.7= 5.6 m.)en direct aansluitend op F19
F27 Mogelijke dwarsweg langs F16, dwarts F16 schuin in Noordoostelijke richting, om aan te sluiten op F28, een andere mogelijke weg.
F28 Mogelijke voortzetting weg op het plateau, grenzend aan 'voorplateau'
F29 Komvormige depressie op plateau F17; gelegen naast F28 (mogelijke weg) en door  een walletje gescheiden van F30.
F30 hoekige depressie door walletje van F29 gescheiden; dergelijke, maar meer ondiepe grondstructuren zijn op het plateau F17 te vinden ( beide structuren, F29/ F30 zijn nogal onduidelijk) F30 is 3 passen breed ( ca 2 meter) en 10 passen lang ( ca 7 meter) en geörienteerd op richting WWN (290 g), diepte ca 30 cm
F32 walletje op zuidwest zijde, van binnenzijde nog waarneembaar als lichte verhoging, enkele decimeters hoog, erop ook veldstenen
F35 wal tussen gracht van F-0 en plateau F17, ca 1.40 m hoog , 3 passen breed (= ca 2.10 meter)
F36 walletje direct aansluitend op F-0 en lopend naar zuid, direct naast bankje aan Steenstraat; hoog ca 50-60 cm en 2 meter breed
F37 walletje, in noord- zuid richting op de oostzijde van F2, direct aansluitend op talud, met een breedte van ca 2 meter en hoogte ca. 30 – 40 cm, spits toelopend naar noord.

Oppervlakte- vondsten uit het gebied dakpan, aardewerk en metaal.
Scherven uit de Romeinse periode zijn te herkennen aan een aantal kenmerken.  De vorm, resp. de tegula en de imbrix is vaak duidelijk waarneembaar. Een ander diagnostisch kenmerk is de magering, het opflikkeren van kleine silicata -partikels wanneer het in het zonlicht ligt; de magering met hergebruikt materiaal. Romeinse dakpan is meestal ook wat 'gebutst', met kleine putjes erin en heeft kenmerkende diktes en afmetingen.
Er zijn enkele scherven gevonden, van  op de draaischijf vervaardigde Eifelland waar.


Roodbakkende scherf  Gallo-Romeisne periode (uit boomval)

Fragment Dakpan  (imbrex) Goudsberg uit F12 ( moeras); Romeinse periode ca 300- 400 AD

Witbakkend / mortel  Goudsberg F17 oost

Roodbakkende scherf fragmenten Goudsberg uit erosie op helling F-17

Scherf roodbakkend  Goudsberg  fragment tegula, uit boomval  

Update 26 07-2012
suppl. 6  Scherven uit een boomval ( boomwortels)
In 2011 waren bij toeval enkele grote scherf fragmenten gevonden in een boomval nabij de Goudsberg. Deze scherven tonen grote overeenkomst met scherven uit de Gallo - Romeinse periode, wellicht stammen ze ook uit de ijzertijd.
Een vervolg kon niet uitblijven, vooral niet, om de mogelijke stratigrafie nader te bekijken.
Uit de boomval komen - zoals verwacht- meerdere scherven. De scherven zitten in een dik pakket bestaande uit klei, waardoor het zeer moeilijk is ze in het geheel eruit te krijgen.

afbeelding 1 toont enkele scherven in situ
Afb 1 .Enkele ( gebroken) scherven in situ in de boomval bij de Goudsberg
De bodem bestaat hier uit een gedeeltelijk afgeschoven grindlaag (Tertiair Maasgrind met blauwe afgeronde silex -knolletjes) / deels colluviaal vermengd met onderliggende sterk kalkhoudende kleilagen, waarin witte schelpjes zijn aangetroffen ( chemische verwering / oplossing van de Tertiaire schiervlakte).
De scherven waren ingebed in een naar donker ( bruin) verkleurde kleilaag, die  zeer compact van structuur is. Deze bodemverkleuring doet denken aan een mogelijke kuil. De klei waarin de scherven zijn aangetroffen, was  voor het grootste deel een donkergrijs . De scherven zijn vrijwel op elkaar liggend gevonden, zodat ze zich vrijwel zeker nog in situ bevinden, met de mogelijkheid dat de kleilaag in zijn geheel is verschoven. Immers, bij verstrooide vondsten ontbreekt een eenduidige vondstlaag hier is een bodemlaag aan de scherven te linken.



 Dakpanfragment van de wachttoren in situ in het moeras (greppel F 9), in grijzige- geelwitte kleibodem, post -depositionele vondst; periode ca. 300-400 AD





 Fragment v.e. dakpan afkomstig van F17 noordoost (close up)


Aardewerkscherven uit F- A (IJzertijd?)



Fragmenten aardewerk uit greppel F-1, nabij F-0 (Eifel keramiek)

© Arbannig 2011 
(updates  14 augustus  2011,  16 augustus 2011, 20 augustus 2011,  25 juli 2012 )
Afbeekldingen van vondsten uit de Romeinse periode op Arbannig Finds blog
==========================================================
Some observations about the location of the  Roman Watchtower at the Schneeberg Aachen (Germany)

North of Vaals (The Netherlands) and west of Aachen (Germany) we find the Schneeberg, (location of the Schneeberg in Google Maps)  a cretaceous hill of ca 255 m. in altitude, part of the cretaceous Bocholtz- plateau, which soil- structure reflects the light like it were snow, explaining the name ("snow- mountain").
On top of this hill, a Roman watch tower must have been located, securing a local part of  the road from Aachen to Maastricht ( part of the "Via Belgica"), an image of this road on a map we find here.
From this location , there was a bright view in the western direction ( Selzerbeek valley), over the city of Aachen, and in the northern direction over the wildbach, till Laurensberg.
The top of the Schneeberg has intensely suffered during the World Wars, as here a small airtsrip was located for airplanes for the defending of the German border. See for this issue: e.g."Westwall"
Traces  from WW2 are still visible in the whole  Schneeberg area,  not only by the destroyed bunkers that are witnesses of the war; many circular trenches are visible especially on the top and south side of the Schneeberg for the defense during the end of the war, when  a heavy battle took place during the siege of Vaals. 
At a plowed field at the top, some traces of the former watch tower still are visible in Google Maps.( see image below, the rectangular dark strips)

Rectangular  features in the plowed field at the top of the Schneeberg, location of a former Roman tower.

Indeed, the part within the rectangular features is very soggy, possible due to the former foundation of the tower that has vanished (spoliation of the material for re- use in later periods?).
In the improvised sketch below, the features are recorded ( for an explanation see image)


The original location of the tower "T" is drawn in orange. The red square objects are representing Roman rooftile parts, showing the tower possible fell down in a south east direction.The rectangular features with dotted lines are representing  visible features from Google Maps. They are probably not roads, as they are ca 8 m wide. Features in the forest might suggest defense ridges located one above the other with an entrance (E). Not far from the indicated location of the tower, in the forest, large blocks of natural stones are still visible, but it is unclear whether they belonged to the tower or not.
The flattened part of the Schneeberg is incised by many "gun nests"from  WW2. Only at one location some traces can be noticed about possible prehistoric excavation for the eluvium type flint, indicating a pre- Neolithic date ( compare the extraction and use of Lousberg flint, at only 2 km to the east).
Remarkable flint finds from the surface at this location,are suggesting this location has been in use during the Late Neolithic- Early Bronze age, showing a mix of different non - local (??) flint types.


updated 22 / 01 / 2013


Several images of finds  from the Roman period are stored  in the Arbannig Find Blog page: Roman period ( 0-450 AD)

TO BE EXPECTED SOON
The new article about evidence for Roman - early Medieval habitation at a location near St. Geertruid  will be published in september 2015 at Academia edu.

Evidence for Roman – Early Medieval habitation on the plateau at St. Geertruid - Steenbergen (NL)

An abstract in Dutch will be available at Arbannig:

Romeinse bewoning op het plateau van St. Geertruid -Steenbergen (NL) 






No comments:

Post a Comment