2017-09-14

Een Romeinse villa naast de Schoone Grub te Rijckholt: speurtocht van 11 jaar

Misschien is dit wel een van de laatste echte geheimen die het Neolithisch gebied rond de Schoone Grub te Rijckholt nog aan ons toont: Romeinse bewoning, op nog geen 100 meter van de Schoone Grub en niet ver van de bekende Henkeput...

In een gebied waar al meer dan honderd jaar naar vuursteen wordt gezocht wordt Romeins materiaal makkelijk over het hoofd gezien: alle focus is gericht op het snijdend steen, het dof-grijze en glimmend zwarte vuursteen... de grondstof waarvan  door mensen zulke mooie artefacten werden gemaakt: mesjes, schrapers en bijlen...
Menig amateur-  archeoloog van binnen en buiten de provincie kent wel de beroemde vuursteenmijnen van Rijckholt, gelegen rond een diepe insnijding in het landschap, de Schoone Grub, waarlangs een aantal vuursteen ateliers zijn aangetroffen die stammen uit  het midden van het Neolithicum waar mensen van de Michelsberg cultuur vuursteen hebben bewerkt, bestemd voor de export in de wijde omgeving. Na de ontdekking van dit " Neolithische indistriegebied"
door Marcel De Puydt (1855- 1940) in 1881 kwam de belangstelling voor het gebied op gang. Achtereenvolgens kwamen hier in 1886 Graaf Renee de Geloes (destijds de burgemeester van Eijsden), in 1903 de heer Hamal- Nandrin (professor in Luik) die hier 50 jaar zou zoeken; tussen 1928 en 1932 werd onderzoek verricht door Franse paters Dominicanen... en later nog in de periode 1964 -1972 Dr. Van Giffen die hier opgravingen zou verrichten langs de wanden van de diepe insnijding, die terecht de  Schoone Grub wordt genoemd.

In de Henkeput, een ongeveer twaalf meter diepe put  op de rand van het plateau zijn Romeinse scherven aangetroffen welke door Graaf van Geloes uit Eijsden  in zijn collectie zijn  bewaard. Hoe deze scherven in de put waren gekomen en of zij wellicht zouden duiden op een Romeinse datering van de Henkeput was en is nog steeds aanleiding tot speculatie. Wat wel nu vaststaat is, dat de Romeinen op nog geen 300 meter van de Henkeput hebben gewoond in een villa, namelijk op een uitgestrekte kam aan de noordzijde van de Schoone Grub.

Er waren dus al enkele aanwijzingen die op Romeinse aanwezigheid in het vuursteenmijn gebied zouden wijzen: de scherven uit de Henkeput, een stuk vuursteen afkomstig van Rijckholt  aangetroffen in de muur te Tongeren ( Glauberman en Thorson, 2012 /fig. 4) een Romeinse dakpan gevonden te St. Geertruid -Steenbergen (Deeben et al., 2011) en aan de Voerenweg bij Gronsveld zijn resten van Romeins aardewerk op een akker gevonden (ARCHIS).

Hoe het begon...

Tussen 2005 en 2015 heeft de auteur een groot aantal malen een locatie bezocht die deel uitmaakt van St. Geertruid- Steenbergen.  Op deze locatie werd in 2006 al een stukje La Tène - glas gevonden, welke een heel klein deel is van een armband. Deze is gevonden op nog geen vijf meter van recent gestort modern bouwpuin, wat weer eens laat zien dat verschillende perioden wel heel snel door elkaar aan het oppervlak kunnen liggen.

Klein scherfje van een drie ribbige armband; type Haeverrnick 6b (Haevernick, 1960) Periode LTC/ D1 gebaseerd op blauwe kleur, periode 150-15 BC (Roymans & Verniers, 2010)

Het Romeinse materiaal is aanvankelijk aangetroffen als 'nevenvondsten" van de prospectie naar kleine werktuigen om zodoende Mesolithische aanwezigheid vast te stellen. Het meeste materiaal was. zoals te verwachten was,  Neolithisch

Tijdens een zoektocht naar artefacten uit het mesolithicum zijn evenzo bij toeval in 2008 een aantal scherven handgemaakt aardewerk gevonden.
Ruwe scherven van handgemaakt aardewerk trokken de aandacht. Zij zijn reducerend gebakken, waardoor de kern donkergrijs tot zwart is, en de klei bevat een typische magering waarin stukjes rood keramiek zichtbaar zijn

Naast deze scherven van handgemaakt aardewerk werden dan in 2009  heel kleine scherfjes gevonden van Terra sigillata, en later ook randscherven van zogenaamde mortaria, Romeinse wrijfschalen. Door de vaak geringe afmeting en door het feit dat de scherven vaak gelijkenis vertoonden met stukjes kalk of zelfs met de cortex van vuursteen, zijn dergelijke artefacten moeilijk te vinden...

De hele kleine scherfjes Terra sigillata  en gevonden randscherven wijzen duidelijk op Romeinse aanwezigheid op een terrein direct naast de Schoone Grub.

Omdat aardewerk in geploegde context sneller kan vervallen dan in onverstoorde bodem, is besloten om actief te zoeken naar aardewerk in de hoop meer te kunnen zeggen over gebruik van deze locatie in de Romeinse periode: na het vinden van de eerste zestig scherven uit de Romeinse tijd in 2009 was het duidelijk dat het op zijn minst een activiteiten zone moest zijn  uit de Romeinse tijd. Dat zou immers ook passen bij de een eeuw hiervoor in de Henkeput aangetroffen scherven uit de Romeinse tijd...
Aan bewoning werd dan nog niet gedacht. Er werden enkele blauwe glaskraaltjes gevonden, waarvan er een het uiterlijk en verwering heeft om in de Romeinse tijd te passen - maar glaskraaltjes laten zich moeilijk in een periode plaatsen. Wel werden steeds meer scherven gevonden, ook randscherven van van mortaria (2012). Deze randscherven lijken in het veld op stukken kalksteen die hier overal in het veld zichtbaar zijn.

Randscherven van Romeinse wrijfschalen duiden op bewoning, op gebruik in een keuken. Toch is dan bewoning ter plekke nog steeds niet vastgesteld. 

Dan in 2012 worden de eerste dakpanfragmenten geborgen. Niet dat deze niet zichtbaar waren in het veld- integendeel: nadat  het veld eens was geploegd en er een zware regenbui was geweest, kleurde de voren rood van de fragmentjes van de vele stukjes dakpan. Pas in 2012 werd de link gelegd, dat deze wel eens Romeins konden zijn. En ja, er werden fragmenten gevonden die qua dikte en uiterlijk precies uitzagen als Romeinse dakpannen.

Links een fragment van een platte pan (tegula) en rechts een oversluitende kromme pan de zogenaamde imbrix

Zoals te zien zijn de hoeken van de dakpan fragmenten flink afgerond, wat wijst op een lang verblijf in een eroderende helling. 

Enkele jaren later (2014) werd bij toeval een Romeinse munt van Hadrianus (134-137 AD) gevonden...

Munt van Hadrianus ( 134-137 AD) de twee glaskraaltjes en een scherf van geverfd aardewerk waarvan de verf is verdwenen.

Dan werden ook nog stukjes Romeins vensterglas aangetroffen (identiek aan het vensterglas gevonden te Bocholtz)  en gelukkig een randfragment: een randfragment van dit vlakglas loopt breder uit naar de rand toe en vertoont vaak nog sporen van hechting in een kozijn.
Schermafbeelding van gevonden glasfragmenten. Nummers 1-3 is vensterglas Voor een betere afbeelding zie het rapport 14829693 Academia edu (Groen, 2015) download bij referenties

Artefacten uit de Romeinse periode zijn hier niet makkelijk te vinden en zijn soms zelfs alleen bij bepaalde weertypen zichtbaar omdat ze zulke gelijkenis vertonen met de bodem waarin ze zich bevinden. In de hele periode  zijn in totaal ongeveer 300 scherven Romeins aardwerk en een slechts enkele  Romeinse artefacten gevonden.

Meer dan een activiteiten zone...
Langzaam werd dus duidelijk dat het om meer ging dan alleen maar een activiteiten zone. In de tussentijd was veel geleerd van Romeinse vondsten die gedaan zijn via prospecties rond Bocholtz tussen 2010 -2014 en zo kon in 2014 Romeins vensterglas worden vastgesteld. De vondsten uit 2014 en 2015 vertoonden duidelijke aanwijzingen voor het bestaan van een Romeinse villa (of meerdere gebouwen bijeen) en de locatie kwam steeds beter in beeld aan de hand van het verspreidingspatroon van gevonden dakpanfragmenten.

Op deze kaart, die vervaardigd is met behulp van de AHN viewer (Actueel Hoogtebestand Nederland) is duidelijk te zien hoe de positie is van de villa ten opzichte van de Schoone Grub. Het blauwe vierkant is het onderzochte gebied, de stippellijn stelt de veronderstelde ligging van een of meerdere Romeinse gebouwen voor. Rechts van het blauwe vierkant is een rechte lijn zichtbaar in het veld, welke door " hillshade" ( licht - donker, zogenaamde LIDAR techniek) zichtbaar is geworden. Deze rechte lijn zou een Romeinse weg kunnen zijn geweest die recht naar de villa voerde. We zien deze lijn ook nog kruisen, juist voor de veronderstelde ligging van het gebouw.  De Henkeput is  nog net  links geheel links op de kaart  als een zwarte stip zichtbaar op de plateaurand. In het geval de villa een wijngaard heeft gehad welke gelegen was  langs de Schoone Grub( waar nog brede terrassen liggen) zou hier ca 2- 3 hectare beschikbaar zijn geweest, welke dan wel mergel behoefde, wat uit de Henkeput gehaald zou kunnen zijn. De Henkeput zou tevens  zuivere grondstof (kalk) hebben kunnen leveren voor aanmaak van constructiemateriaal als muren, er is in een akker ook een fragment pleisterwerk gevonden. 
De locaties waar meerdere dakpanfragmenten bijeen zijn gevonden, elke concentratie bestaat uit minimaal 5 fragmenten, weergegeven met een ster ( opgemerkt in de periode 2005-2017) Ze blijken zich in een bepaald patroon te bevinden, gerelateerd aan een zwakke heuvelrug op het plateau, waarschijnlijk stond het gebouw hier in de lengterichting op. Ook m eer aar het oosten zijn nog enkele scherven Romeins aardewerk aangetroffen, zodat het hele gebied zelfs groter kan zijn. Waarom we relatief zo weinig oppervlaktevondsten aantreffen, zie kader


In 2015 is het eerste rapport verschenen met daarin de bewijzen voor het bestaan van een Romeinse villa op het terrein van de Neolithische vuursteenmijn van Rijckholt( Groen, 2015).
Dit rapport, gepubliceerd op bevatte de belangrijkste  vondsten uit de Romeinse periode en aanwijzingen voor het bestaan van een villa. Een zeer beknopt artikel is ook eerder al verschenen op Arbannig.

Waarom werd zo weinig gevonden? Afgezien van het feit dat aardwerkscherven erg veel gelijkenis vertonen met de bodem en het hier van nature voorkomende materiaal (vuursteen, veldkeitjes, brokjes kalk) en dat het aardwerk  wat hier is gevonden vaak behoorlijk gefragmenteerd is (je vindt vaak hele kleine stukjes Terra sigillata kleiner dan een vierkante centimeter) moeten er meerdere redenen zijn waarom aan het oppervlak weinig zichtbaar is. De gevonden dakpan fragmenten op veld VRBC, meer westelijk vertonen duidelijk afgeronde randen, wat wijst op langdurige erosie, het zijn opgeploegde fragmenten die  al langer in de bouwvoor aanwezig zijn. Op het naastliggende, iets hoger liggende deel van het terrein (VRBD) vinden we niet alleen minder fragmenten (hoewel nog aanzienlijk, op een middag zijn 46 kleinere stukken geteld) maar die stukken zijn aanzienlijk hoekiger en soms zelfs intact. Dat laatste wijst erop, dat mogelijke resten zich waarschijnlijk nog dieper in de bodem bevinden en wat opgeploegd wordt maar een heel klein deel is van wat zich nog dieper in de bodem zou bevinden. 




En nu, 2017...
Dit jaar zijn weer enkele prospecties uitgevoerd, uitsluitend gericht op het vaststellen van het bestaan van en de meer precieze locatie van de Romeinse villa.

 De aanvullende aanwijzingen vanuit veld -prospecties dit jaar bestaan niet alleen uit meer dakpanfragmenten, maar ook uit nog meer scherven aardewerk en enkele kleine fragmenten Romeins beton met een stukje (muur -) pleisterwerk, helaas was van een schildering niets te zien.

Romeins pleisterwerk en cement, welke structuur van een zijde gezien steeds fijner wordt waardoor uiteindelijk een gladde ( wand -) structuur ontstaat; de afbeelding toont de grove zijde.


Dit is dan hetzelfde fragment als hierboven, de andere zijde, zeg maar de muurzijde van het pleisterwerk,  welk glad is afgewerkt. Romeins beton( cement, mortar) laat zich herkennen aan stukken kalk gemengd  met (grof) kiezelzand en zwarte vulkanische deeltjes 


 Eveneens pleisterwerk, de gladde zijde. Dede was bevestigd op een  met ruwe kiezel bezet stuk cement, waarbij de grote kiezels hebben losgelaten  en een grillig patroon op de achterzijde hebben achtergelaten - de plaats waar de kiezels hebben gezeten is nog goed zichtbaar, zie foto hieronder


In een dwarsdoorsnede zien we nog enkele kiezels zitten


Een scherf van Terra sigillata van een bord. Waarschijnlijk gaat het om Argonne aardewerk


 Imitatie terra sigillata, met stempel. Dit aardewerk
 stamt vermoedelijk uit de vierde eeuw en is imitatie terra sigillata. Inderdaad, wanneer je de dwarsdoorsnede ziet van de scherf zie je dat het grijs aardewerk is, met ingesloten stukjes vulkanisch steen (zie foto hieronder) 




Ook is dit jaar nog een randscherf van een prehistorische pot gevonden, welke duidelijk afwijkt in type, magering  en uiterlijk. 

 Prehistorisch aardewerk, randscherf van een grote pot. 
In de magering vinden we verbrand vuursteen. Dergelijke vondsten zijn in dit gebied uitzonderlijk omdat de bodemomstandigheden meestal niet toelaten dat ze bewaard blijven. Deze scherf is mogelijk uit de Bronstijd.

 Dwarsdoorsnede van de prehistorische scherf



Opnieuw werd  geverfd aardewerk gevonden

Twee scherven van geverfd aardewerk in techniek b, met zandbestrooing.



Drie scherven geverfd aardewerk, waarschijnlijk afkomstig uit Keulen
De bovenste heeft typische versiering. Deze kunnen in de eerste en tweede eeuw na Christus worden gedateerd


Een flinke bodemscherf  welke van een enorme pot afkomstig miet zijn. We zien hier alleen de verbrande binnenzijde,waar nog vele kleine kiezeltjes in zichtbaar zijn. Het is waarschijnlijk een voorraadpot geweest.


Fragment bewerkt opaque glas, mogelijk Romeins

Een  denarius van  Gnaeus Cornelius Lentulus Marcellinus geslagen in 75/ 76 v.C. Dit was de gehele eerste eeuw nog wettig betaalmiddel en zal mogelijk samenhangen met de oudste fase van bewoning 

Opaque glas spinklosje (100- 300 AD)


Vondsten uit wijder gebied
De hier getoonde vondsten zouden een relatie kunnen hebben met een villa in het gebied. Voorzichtigheid blijft geboden!

Fragment pleister context: bos

Fragment vloer of opstaande rand , context bos

Geverfd pleisterwerk, context bos
Steen fragment met geverfde lijn

Twee glasfragmenten (tesserae?) waarvan de linkse nog aangekit mortel laat zien 

Fragmenten opaque zwart glas

Steen met geverfd oppervlak

Bouwpuin fragment met bovenaan restant van dun pleisterwerk in lichtgroen kleur (microscopisch vastgesteld)

Conclusie en discussie

Vondsten aan het oppervlak gevonden zijn altijd buiten context en behoeven altijd een grote voorzichtigheid voor wat betreft interpretatie. Het is echter wel een probaat middel, om de aanwezigheid van menselijke activiteiten in bepaalde perioden en de globale aard hiervan voor archeologie aan te tonen.  In het onderzochte gebied zijn een groot aantal Romeinse vondsten gedaan (ca 300)  Aan de hand van het in kaart brengen  van deze vondsten (ca 300 scherven Romeins aardewerk, 40 bewaarde dakpanfragmenten en een handvol andere artefacten), gedaan over een periode van elf jaar (waarbij met tussenpozen van enkele jaren steeds is gezocht) kon worden vastgesteld dat de Romeinse bewoning zich waarschijnlijk uitstrekt over een gebied dat minstens 80 tot 100 meter lang is, in dit gebied komen steeds dakpanfragmenten voor. Bovendien zijn ze gerelateerd aan een het meer vlakke, licht oplopende deel van een verhoging in het landschap.
Een heel groot deel van het terrein vertoont echter helemaal geen vondsten; noch  dakpannen noch scherven... en dat is mogelijk goed nieuws. 
Want dat zou kunnen betekenen, dat de fundamenten van de villa waarschijnlijk nog dieper in de bodem liggen en wellicht bewaard zijn gebleven.

Er zijn in elk geval vanuit veld- prospecties de volgende conclusies te trekken.
1. Er is sprake van een of meerdere bebouwen, welke met pannen waren belegd.
2. Er is sprake van bewoning geweest, gelet op het voorkomen van potten en schalen die in een keuken werden gebruikt
3. Een (klein) deel van de ramen in het gebouw was dichtgemaakt met vensterglas, wat duidt op een (deel-) functie van een badhuis 
4. Er waren gepleisterde muren

Enkele andere veronderstellingen zijn slechts gebaseerd op waarnemingen op de kaart of in het veld:
1. De ingang van het gebouw lag vermoedelijk in het oosten, waar mogelijk een Romeinse weg rechtstreeks naar de villa voerde.
2. De locatie van het Romeins gebouw in het gebied  laat zelfs speculaties open over de mogelijke functie ervan, zoals een villa urbana of een villa die bijvoorbeeld gelieerd was aan wijnbouw. Ook andere functies zijn mogelijk, de plaats is verder van bekende heerbanen verwijderd.

Normaal vinden we Romeinse villa's namelijk meest langs en dichtbij de Romeinse hoofdwegen (Heerbanen). Op die wijze lag een Romeinse villa midden in het agrarische gebied en konden de oogsten van alle zijden worden aangevoerd en was er sprake van goede verbindingen met het omliggende gebied, ook om de producten weer verder te vervoeren. Hiervan lijkt te Rijckholt geen sprake te zijn.
Voorlopig is echter alleen aangetoond, dat Romeinse bewoning aan de rand van de Schoone Grub een feit is geweest.


Referenties

Aarts, M., De Fraiture, B., Jeneson, K., Verhart, L. (2012) 'Archeologische kroniek van Limburg’, in: Archeologische kroniek van Limburg, Jaarboek 2012 van het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap (Publications, Deel 148), pp. 236-238.


Antrop, M., Maeyer, P. de, Vandermotten, C. , Beyaert, e.a. (2006) België in kaart, de evolutie van het landschap in drie eeuwen cartografie ; Lannoo uitgeverij; pp. 53

Boe, G. de en Mertens, J.R. (1977) De Romeinse vicus op de Steenberg te Grobbendonk; Nationale dienst voor opgravingen, Brussel

Ceustermans R. (2009) Opgravingen op Steenbergen, unpublished report

Cuvelier J. en Huysmans,K, (1897) Toponymische studie over de oude en nieuwere plaatsnamen der gemeente Bilsen. Gent

De Boe G. en Lauwers, F.(1978) Oelegem: inheemse nederzetting, in Archeologie, zesmaandelijkse kroniek uitgegeven door het Nationaal Centrum voor Oudheidkundige Navorsingen in België, Brussel, 1978 -2, p. 99-100.

Deeben, J. Grooth, M.E.T. de Kort, J.W. de Lauwerier R.C.G.M. en Schegget , M.E.Ter; onder redactie van Deeben J. en  de Kort, J.W. (2011) Rapportage Archeologische Monumentenzorg 202 Het archeologische onderzoek in de omgeving van het prehistorische vuursteenmijnveld te Rijckholt-St. Geertruid: de resultaten van 2008 en 2009

Glauberman P. J. en Thorson R. M. (2012) Flint Patina as an Aspect of "Flaked Stone Taphonomy": A Case Study from the Loess Terrain of the Netherlands and Belgium


Groen, L.J. (2015)  Academia edu rapport 14829693 Evidence for Roman – Early Medieval habitation on the plateau at St. Geertruid - Steenbergen (NL)

Groen, L.J. (2017) Academia edu rapport" Roman Rijckholt " at St. Geertruid -Steenbergen, South Limburg (NL)An update after recent finds PDF

Haevernick, T.E.,(1960) Die Glasarmringe und Ringperlen der Mittel- und Spätlatènezeit auf dem europäischen Festland (Bonn 1960).

Roymans,N. en Verniers, (2010) Glass La Tène Bracelets in the Lower Rhine Region. Typology, Chronology and social Interpretation. In: Germania, 88, 2010, publ 2013

Fürnholzer, J. (2001) Feststellungsgrabung im römerzeitlichen Hügelgräberfeld am Steinberg, Leitersdorf im Raabtal, Steiermark. In: Archäologie im Raume Feldbach S. 20-31

Lauwerier, R., A. Müller en D. Smal (red.) (2011) Merovingers in een villa. Romeinse villa en Merovingisch grafveld Borgharen – Pasestraat. Onderzoek 2008-2009. Amersfoort


Lauwers, F. (1977) Sporen van een Gallo-Romeins dorp op de Evershoek te Oelegem, in Jaarboek 1977, Heemkundige kring "De Brakken v.z.w. Oelegem, p. 36-40.

Liefferinge, N. van (2009) Resultaten van het archeologisch onderzoek te Laakdal (Vorst) - Oost-Molenveld. AS rapportage 03

Richardson, R. E. (1999) Field names with possible Roman connection. In: Council for Independent Archaeology Newsletter 34 / Sheffield Conference

Schmid, D. en Schmidt-Lawrenz, S. (1997) Arch Ausgrabungen Baden-Württemberg

Schwanzar, C. (1992) Der römische Ziegelbrennofen von Fraham - OG Fraham, Bezirk Eferding, in Oberösterreich ; Oberösterreichischer Musealverein - Gesellschaft für Landeskunde

Steiner, A (2006) Südnorische Grabelemente und ihr Marmor . Frankfurter elektronische Rundschau zur Altertumskunde

Stuart P. 1977, Een Romeins grafveld uit de eerste eeuw te Nijmegen, Onversierde terra sigillata en gewoon aardewerk, Beschrijving van de verzamelingen in het Rijksmuseum G. M. Kam te Nijmegen. VIII Ministerie van CRMW.













2015-11-03

Voorbeelden van landschapselementen en prehistorie: depressies in het landschap


Francais: voir plus bas, s.v.p.


English: please  scroll down


Inleiding
Het landschap is in de prehistorie meer dan nu van doorslaggevende betekenis geweest voor de mogelijkheden om zich te vestigen, te verplaatsen en zich van voedsel te voorzien. Hiervan zijn talloze voorbeelden bekend, variërend van het zich verplaatsen over de midden terrassen langs beken en rivieren tot  het verblijven op hoge plateaus met weids panorama.
In het landschap was het ook belangrijk vaste punten te vinden, waar je kon afspreken, maar ook om je te oriënteren hoe ver je al was. in uitgestrekte dichte boslandschappen, waarin heuveltoppen niet goed zichtbaar waren, vormden poelen of moerassen vaak vaste oriëntatiepunten. Andere punten voor oriëntatie waren bijvoorbeeld  bijzonder oude bomen, de samenvloeiing van beken of rivieren, een grot, een plotselinge verhoging in het landschap, speciaal gevormde rotsen, enz. enz.
Depressies in het landschap zijn vrijwel altijd watervoerend geweest (zoals vennen, vijvers of  verdiepte moerassen).  In de prehistorie en zijn belangrijke plaatsen geweest voor de prehistorische mens: als vaste, onveranderde punten in het landschap, ter oriëntatie, als pleisterplaatsen voor mens en dier, als plaatsen waar leem werd gewonnen, en later als drinkplaatsen voor het vee.

Putten (NL): het  Solsche Gat
Wie op de Veluwe kijkt naar het Solsche Gat  ziet een grote, meer dan 8 meter diepe kuil, welke  zeer waarschijnlijk in de laatste IJstijd als pingo ruïne is ontstaan: door ijsdruk is een enorm gat ontstaan, waar later smeltwater uit naar omlaag is gestroomd. Onderin de kuil ligt nog steeds  een moeras en  bevindt zich water, hierin is een bijzondere vegetatie te vinden. Vroeger was  het moeras begroeid.
Rond het Solsche Gat zijn legendes ontstaan, en het is zeker dat dergelijke plaatsen tot de verbeelding hebben gesproken vanaf dat ze zijn ontstaan. Opvallend is, dat een prehistorische weg, De Laak ( betekent grens en is nog de gemeentegrens en de grens  tussen Sprielder-  en Speulderbos)  langs het Solsche Gat loopt, waarlangs ook grafheuvels liggen (Hegener, 1995), hetgeen wil zeggen dat deze weg al enkele duizenden jaren oud zal zijn.
De diepte van Het Solsche Gat maakt het onwaarschijnlijk dat er door mensen is gegraven, zeker niet voor leemwinning, want daartoe is op eroderende  plateauranden op lagere plaatsen de leem eenvoudiger toegankelijk (vergelijk leemkuilen uit bv. het  Gaasterland).

                                          Afbeelding: Het Solsche Gat bij Putten (NL) afb. wikipedia
Image: Solse Gat in Putten (NL) Fig wikipedia.
Image: Le Solse Gat à Putten (NL); image de wikipedia. 

In dit mooie beukenbos in de Franse streek Lorraine ligt, in de gemeente Hettange - Grande een vergelijkbare depressie als het Solse Gat, met een diepte  van ca 10 meter, met dezelfde kenmerken namelijk een moeras met bijzondere vegetatie, waarin zich ook water bevind (leemhoudende bodem) , waarlangs een pad voert. in hetzelfde bos zijn door J.- Y. Ringenbach nog acht andere, vergelijkbare depressies waargenomen.
Afbeelding: de depressie in het bos van Soetrich (F) zou 
zeer wel een oude pingoruine uit de laatste ijstijd kunnen zijn, 
het vertoont dezelfde kenmerken als die van het Solsche Gat in Nederland.
Image: The depression in the Forest de Soetrich (F) would
very well be an old pingoruine from the last ice age,
the same characteristics as those of the Solsche Gat in the Netherlands.
Image: La dépression dans le Forêt de Soetrich (F) serait
très bien être une vieille pingoruine de la dernière ère glaciaire,
les mêmes caractéristiques que celles du Solse Gat aux Pays-Bas.

Nabij  het nabijgelegen Breistroff - La Grande vinden we de Heiligenstein, een kruis waarvan het fundament duidelijk uit de voorchristelijke periode dateert. Het kruis zelf is uit 1734. Achter dit kruis, in het bos vinden we een komvormig moeras in een laagte, van waaruit  een gegraven rondlopende gracht zichtbaar is. 

 Moeras  achter de Heiligenstein van waaruit een ringvormige gracht is gegraven. De functie hiervan is onduidelijk. Is het een voorstelling van de levensloop? 
Swamp behind the Heiligenstein from which an annular ditch was dug. Its function is unclear. It is a representation of the life?
Marais derrière le Heiligenstein à partir de laquelle un fossé annulaire a été creusé. Sa fonction est claire. Il est une représentation de la cercle de vie? 

Het moeras (M) met een greppel (F) welke afloopt en weer terugkomt in het moeras;ernaast een hoogte (H). Alle ingrediënten voor een sacrale plaats  uit de prehistorie zijn hier aanwezig. Mogelijk is de hoogte gebruikt als centrale plaats.
The Swamp (M) with a ditch (F) that expires and comes back in the marsh, next to it a height (H). All the ingredients for a sacred place in prehistoric times are here. Possibly, the height is used as a central location.
Le Marais (M) d'un fossé (F) qui expire et revient dans le marais, à côté de lui une hauteur (H). Tous les ingrédients pour un lieu sacré à l'époque préhistorique sont ensemble Eventuellement, la hauteur a été utilisé comme un emplacement central.


Kleine leemkuilen
Kleine, onnatuurlijke poelen zijn dikwijls gegraven tot een diepte van enkele meters, vooral voor de winning van klei. Vaak vinden we in dergelijke gebieden pottenbakkers activiteiten of faciliteiten tot het bakken van tegels of dakpannen, zie bijvoorbeeld bij Berg en Dal waar kleiputten zijn gevonden van Romeinse oorsprong, of nabij Brunssum in Zuid- Limburg. Het leem werd ook gebruikt voor als bouwmateriaal, als afwerking van wanden en vloeren.

Reizen door het landschap: nu en in de prehistorie
Wie tegenwoordig door het landschap reist wordt geholpen door aanwijzingen, die ons duidelijk maken hoe ver we al zijn op weg naar ons doel. Niet alleen als we door vreemd gebied reizen hebben we behoefte aan houvast onderweg "hoever zijn we al?" "O we zijn al halverwege". In de prehistorie zijn heuveltoppen, moerassen, depressies, poelen en andere referentiepunten gebruikt om door een uitgestrekt bebost landschap te reizen.

  Onderweg helpen richting borden ons, dit is niet alleen zo in het buitenland, maar zelfs in een  bekende omgeving gebruiken we ze onbewust.Afbeelding wikipedia
On our way, directional signs help us to confirm our direction not only abroad, but even in familiar places we unconsciously use them to measure progress of our trip
Pendant notre voyage,des panneaux directionnels nous aident, c'est pas seulement à l'étranger mais même dans des endroits familiers nous les utilisons inconsciemment, p.e. pour mésurer le progrès de notre voyage.

De Bemelerberg zal ook al in de prehistorie een markant punt zijn geweest; vanaf de hoogte was het hele Maasdal te overzien.Vuursteen werktuigen zijn dan ook op de Bemelerberg gevonden.
The Bemelerberg will even in prehistoric times have been a landmark; from the height the entire Meuse Valley could be overlooked.At the Bemelerberg flint tools were found.
Le Bemelerberg était, même dans les temps préhistoriques  un point de repère; à partir de la hauteur c'était possible de  superviser toute la vallée de la Meuse. Ici on trouve aussi des objets en silex.







Introduction
In prehistoric times, the landscape has been even more than now, a crucial place for the ability to settle, to move and to provide themselves with food. From these, many examples are known, ranging from the move over the middle terraces along streams and rivers, till  the settling on high plateaus with wide panoramas. In the landscape, it was also important to find fixed points where you could meet, but also to orientate, especially in vast dense forest landscapes, where hilltops were practically invisible, so ponds or swamps often served as fixed landmarks. Other points of orientation for example, were the very old trees, the confluence of streams or rivers, a cave, a sudden rise in the landscape "Cape", sculpted rocks, etc. etc. Depressions in the landscape are almost always aquifer (such as ponds, reservoirs or  deepened
swamps).During prehistoric times these formed important places for prehistoric man: a fixed, unchanged reference point in the landscape, for orientation, as stopping places, both  for humans and animals but also  as places where clay was mined, and later as a watering holes for livestock.
An example :Putten (NL): The Solsche Gat ( large depression) When we look at the depression named  " the Solsche Gat" in the region of the dutch  "Veluwe", you'll see a large, more than eight meters deep pit, which very likely is a relict from the last Ice Age, probably the remains of a very large pingo ruin phenomena: by ice pressure  a huge gap opened, which later filled up with melting water,  flowed down. At the bottom of the pit, there's  still alarge  swamp ( as a child I could cross this swamp by a special path, only locals knew) and there is water in this where we find a particular vegetation. Previously, it was  a large overgrown marsh. Around the Solsche Gat several  legends arose, and it is certain that such places have captured the imagination from which they arose. Notably, a prehistoric road, named "The Laak"  this means in dutch 'border' and is the municipal boundary and the boundary between Sprielder- and Speulderbos) runs along the Solsche Gat, along which lie mounds (Hegener, 1995), which means that this path already  will be several thousand years  old. The depth of the Solsche Gat makes it unlikely that there has been any digging by humans, especially for clay extraction, because to do so is eroding plateau edges lower to place the clay more easily accessible (compare Leemkuilen from eg. The Frisian Gaasterland). Moreover, digging always gives remarkable patterns in the landscape.
Forest of Soetrich (F)
The forest is located in the French Lorraine region, in the town of Hettange Grande similar depression as it Solse Gat, with a depth of 10 meters, with the same characteristics namely a swamp with special vegetation, which alsohas stagnant water (loamy soil) , along which performs a path. in the same forest  eight other similar depressions observed
by J.- Y. Ringenbach.
Travelling through the countryside now and in prehistory
Travveling through the landscape  we are supported  by clues that show us how far we are already on our way to our goal. Not only as we travel through a strange area we need to hold the road, but we want to know:  "where we are already?" or confirm our progress: "Oh, we're halfway there." 
In prehistory, this was the same: remarkable objects, like hilltops, depressions and moors were taken as reference points in the prehistoric landscape. 

 
Introduction 
Meme plus que maintenant, le paysage a été crucial pour la capacité de régler, de déplacer et de se procurer de la nourriture. Parmi ceux-ci, de nombreux exemples sont connus, allant des routes alentour  des moyennes terrasses le long des ruisseaux et des rivières, jusqu'a  des sites sur les hauts plateaux, avec large panorama. Dans le paysage, il était également important de trouver des points fixes, comme des pointes de référence,  où vous pourriez rencontrer, mais aussi pour vous orienter la route dans de vastes paysages forestiers denses, où les collines ne sont presque pas visibles, les étangs formés ou marécages monuments souvent fixe. Autres points d'orientation par exemple, étaient les très vieux arbres, le confluent des ruisseaux ou rivières, les grottes ou abries, une hausse soudaine dans le paysage, les rochers sculptés, etc., etc.
Dépressions dans le paysage sont presque toujours des aquifères (tels que les étangs, les réservoirs ou les marécages approfondis). Pendant la préhistoire c'étaient des lieux importants pour l'homme préhistorique: pointe de réference, inchangé dans le paysage, pour l'orientation, comme pointes de rendez- vous, l'accueil pour les humains et les animaux, comme aussi plus tard des lieux où l'argile a été extrait, et encore plus tard - notamment en Médiévale) comme un arrosoir trous pour le bétail.
Un exemple: Putten (NL):  une depression nommé: Le Solse Gat ( comme :"Trou de Soleil")
En observant  Solse Gat, grande depression dans la région néerlandaise Veluwe  avec un profondeur de plus de huit mètres, qui très probablement dans la dernière période glaciaire, Pingo ruine se pose: par la pression de la glace est un énorme fossé ouvert, qui fondent plus tard, l'eau coulait. Au fond de la fosse est encore un marécage et il ya de l'eau dans ce est de trouver une végétation particulière. Auparavant, il était envahi marais.Autour des légendes Solse Gat se pose, et il est certain que ces lieux ont capturé l'imagination desquels ils découlent. Notamment, une route préhistorique, nommé Le  Laak (ce nom signifie en néerlandais  'la frontière'  qui  est  actuellement la limite municipale et la frontière entre deux forets, le Sprielder- et Speulderbos) longe le Solse Gat, le long de laquelle se trouvent des tumuli  préhistoriques(Hegener, 1995), ce qui signifie que cette voie  sera  déjà vieux: plusieurs milliers d'années. Avec la grande  profondeur du Solse Gat  c'est peu probable qu'il a été creusé par l'homme, en particulier pour l'extraction de l'argile, parce que cela érode plateau bords inférieurs de placer l'argile plus facilement accessibles (à partir par exemple de comparer Leemkuilen. Le Gaasterland, Frise ).En plus: creuser est toujours visible avec des traces, et pourquoi creuser  8 metres pour l'argile?
Forêt de Soetrich (F)
La belle forêt  de soetrich en Lorraine (Moselle) est située dans la région Lorraine française, dans la ville de Hettange - Grande, c'est une  dépression  qui 
est très similaire à celle que le  Solse Gat, avec une profondeur de 10 mètres, avec les mêmes caractéristiques à savoir un marais avec une végétation particulière, où l'eau permanent a également (sol limoneux) le long de laquelle effectue un trajet, en forme d'un gully;  dans la même forêt  huit autres dépressions similaires ont été observés par J.- Y. Ringenbach, mais pas du meme origine.
Voyage à travers la campagne: au jour d hui et pendant la préhistoire...
En voyageant à travers du  paysage on est aidé par des indices qui nous montrent à quel point nous sommes déjà sur le chemin de notre objectif. Pas seulement que nous voyageons à travers la zone étrange nous devons tenir la route "où nous sommes déjà?" ou  "Oh, nous sommes à mi-chemin." 
Pendant la préhistoire, ce sont les mêmes choses, indiquant notre route: des  objets remarquables, comme des hauts  collines, des dépressions et les lande, s ont été prises comme points de référence dans le paysage préhistorique.

Referenties/ Internet
Hegener, M; Archeologie van het landschap. Uitgeverij Contact, Amsterdam